500+ organisaties
Terug naar kennisbank
Juridisch3 min leestijd

De OR en de vertrouwenspersoon: nieuwe Arbowet en raadplegingsplicht

Laatst bijgewerkt: september 2026

Sinds 1 juli 2026 geldt een raadplegingsplicht over arbobeleid richting de OR, de personeelsvertegenwoordiging of, als die er niet zijn, de medewerkers zelf. Dat raakt direct de vraag wie de vertrouwenspersoon wordt. Dit artikel legt uit wat de plicht inhoudt, waarom de rol zich slecht verhoudt tot een OR- of HR-functie, en wat de OR kan agenderen.

Wat er sinds 1 juli 2026 is veranderd

De Arbowet verplicht werkgevers om medewerkers te raadplegen over het arbobeleid en de uitvoering daarvan. Die plicht geldt voor alle organisaties, ook zonder ondernemingsraad: is er geen OR of personeelsvertegenwoordiging, dan worden de betrokken medewerkers direct geraadpleegd.

Raadplegen is meer dan de RI&E rondsturen of nieuwe regels aankondigen. Het vraagt om een gesprek waarin de OR of de medewerkers hun inbreng kunnen leveren voordat het besluit vastligt. De plicht vervangt het bestaande instemmingsrecht niet, maar voegt een stap toe aan de voorkant van de besluitvorming.

Waarom dit de vertrouwenspersoon raakt

Het aanstellen van een vertrouwenspersoon valt onder het beleid rond psychosociale arbeidsbelasting en behoort daarmee tot de onderwerpen waarover overleg met de OR plaatsvindt. Voor de OR is dit het moment om niet alleen te kijken óf er een vertrouwenspersoon komt, maar ook wie het wordt en onder welke voorwaarden die persoon werkt.

Een vertrouwenspersoon is op dit moment niet wettelijk verplicht. Dat betekent niet dat de keuze vrij is van consequenties: als de opvang na een melding niet functioneert, groeit het risico op escalatie en langdurige uitval.

Waarom de rol niet bij een OR-lid of HR hoort

Zodra een bestuur overweegt de rol bij een OR-lid of een HR-medewerker te leggen, is dat voor de OR reden om aan de bel te trekken. De reden is belangenverstrengeling. Een HR-medewerker heeft een werkgeversrol: beoordelen, adviseren over arbeidsvoorwaarden, soms meebeslissen over een dossier. Een OR-lid heeft een politieke rol binnen de organisatie en is voor collega's zichtbaar verbonden aan medezeggenschap.

De vertrouwenspersoon is juist het aanspreekpunt voor vertrouwelijke kwesties. Wie twijfelt of zijn verhaal daarna in een dossier terechtkomt, meldt niet. Dan gaat het probleem niet weg, het wordt alleen later en duurder zichtbaar.

Wat de OR concreet kan agenderen

Vraag om de vertrouwenspersoon als expliciet onderdeel van het arbobeleid, met een beschrijving van positie, geheimhouding en jaarlijkse rapportage op geanonimiseerd niveau. Vraag ook naar bereikbaarheid: een naam op intranet zonder werkbare route is geen voorziening.

Leg de raadpleging vast. Wie is wanneer geraadpleegd, wat is ingebracht en wat is met die inbreng gedaan. Dat is bruikbaar in het overleg, en het is het soort onderbouwing dat ook van pas komt als de Arbeidsinspectie het PSA-beleid controleert.

De externe route

Een externe, LVV-gecertificeerde vertrouwenspersoon lost de belangenverstrengeling structureel op: geen arbeidsrelatie met collega's, geen rol in beoordelings- of personeelsdossiers. Voor MKB-organisaties en instellingen in zorg en onderwijs is dat vaak ook praktischer dan intern iemand vrijmaken en beschikbaar houden voor deze rol.

Wil je weten wat PuntUit voor jouw organisatie kan betekenen?

Meer dan 500 organisaties gingen je voor. Plan vandaag een kennismaking.

Plan een kennismaking

Samenvatting

  • Sinds 1 juli 2026 moet de werkgever medewerkers raadplegen over arbobeleid: via de OR, de personeelsvertegenwoordiging of de medewerkers zelf.
  • Het aanstellen van een vertrouwenspersoon valt onder het PSA-beleid en hoort daarmee in dat overleg thuis.
  • Een OR-lid of HR-medewerker als vertrouwenspersoon leidt tot belangenverstrengeling en remt de meldbereidheid.
  • De OR kan positie, geheimhouding, bereikbaarheid en jaarlijkse rapportage agenderen en de raadpleging laten vastleggen.
  • Een externe, LVV-gecertificeerde vertrouwenspersoon lost de belangenverstrengeling structureel op.